Tag: Mopsvleermuis

  • Er is vervolg onderzoek nodig

    Geregeld eindigt een onderzoeksrapport met de uitspraak: “Er is vervolgonderzoek nodig.” Dit voelt bijna even vanzelfsprekend als het afscheid nemen met: “We appen.” Vroeger vond ik dit een vreemde manier om een onderzoek af te sluiten (ook trouwens van afscheid nemen), alsof de onderzoekers alvast solliciteerden naar een volgend project. Inmiddels kijk ik daar anders tegenaan.

    Begin december 2024 begonnen wij aan dit project met als doel: het vinden van de mopsvleermuis. Aanvankelijk twijfelden we er niet aan dat we deze vleermuis zouden vinden. Nu, anderhalve maand later, zijn we ons bewust van de obstakels waar je als onderzoeker tegenaan loopt. En laat ik meteen duidelijk zijn: wij zijn geen professionele onderzoekers en hebben hier geen achtergrond in. Wij zijn mensen met enthousiasme voor vleermuizen, enigszins naïef misschien, maar bereid om te leren van onze fouten en openstaand voor experimenteren.

    Maar waarom kijk ik er nu anders tegenaan?

    Laten we beginnen met de voeding van de mopsvleermuis. Deze vleermuis eet voornamelijk nachtvlinders. Maar welke vlinders zijn dat precies? Om dit te weten, moet je eerst ontdekken welke vlinders er in de wintermaanden vliegen. Voor zover bij mij bekend zijn dat onder andere de kleine wintervlinder, de bosbesvlinder, de wachtervlinder en de zwartvlekwinteruil. Maar vliegen deze soorten ook op onze onderzoekslocatie? En vliegen ze de hele winter door, of slechts een deel daarvan?

    Uit literatuur weten we dat de mopsvleermuis een deel van de nacht boven boomkruinen vliegt. Maar in welke tijd van het jaar is dat onderzocht? En vliegen wintervlinders ook boven boomkruinen? Zo ja, waarom? Bij welke temperaturen vliegen deze vlinders eigenlijk? Want als ze niet vliegen, zullen de mopsvleermuizen ook niet actief zijn. Stel dat de vlinders niet vliegen maar wel aanwezig zijn, kan de mopsvleermuis ze dan alsnog vangen? Kortom, er blijven veel vragen over nachtvlinders in de winter.

    Dan de omgeving. Heeft de mopsvleermuis in de winter een voorkeur voor kale loofbossen (met of zonder ondergroei) of geeft hij de voorkeur aan naaldbossen? Verdraagt hij menselijke verlichting of wordt hij daar juist door afgeschrikt? En hoe zit het met de actieve uren van de mopsvleermuis? Is hij actief direct na zonsondergang, midden in de nacht of vlak voor zonsopgang? Kan deze informatie uit literatuur gehaald worden? En hoe betrouwbaar zijn de gegevens? Wat onderzocht is in Polen of Tsjechië, geldt dat ook voor de Nederlandse mopsvleermuizen?

    En dan migratie. In de literatuur staat dat het geen langeafstandsmigranten zijn. Maar ja, deze informatie komt uit buitenlands onderzoek. Het kan ook bijna niet anders, want de mopsvleermuis plant zich pas sinds 2023 voort in Nederland. Onderzoek naar deze vleermuis in Nederland staat dus nog in de kinderschoenen. We weten weinig (mogelijk niets) over het migratiegedrag van Nederlandse mopsvleermuizen.

    Trouwens, in 2023 werd er in de buurt van Winterswijk een kraamkolonie ontdekt. Maar hoe zat dat in 2024? Als onderzoeker zou ik benieuwd zijn of deze kraamkolonie ook in 2024 aanwezig was. Hierover hebben we niets kunnen vinden in de media. Hoe komt dat? Is er niet gezocht? Wel gezocht maar niets gevonden? Of misschien wel iets gevonden, maar is er bewust geen ruchtbaarheid aan gegeven? Geen idee.

    Na een grondige evaluatie, waarbij we meer vragen hadden dan waarmee we in december begonnen, is het voor ons duidelijk: er zal vervolgonderzoek nodig zijn! De komende maanden gaan we ons hierop voorbereiden.

    In de komende maanden gaan we onder andere onze apparatuur upgraden, onze kennis van de omgeving vergroten en in april terugkeren voor vervolgonderzoek.

    Foto’s: Hillie & Kevin

    Kast voor detectoren: Pieter

    Tekst: Kevin

  • Operatie Barbastella – De eerste resultaten

    Operatie Barbastelle – De eerste resultaten:

    Wij zijn inmiddels enige weken onderweg met operatie Barbastelle en tot nu toe hebben we geen tekenen van de mopsvleermuis op onze detectoren waargenomen. Eigenlijk zou dit nieuwsbericht hiermee afgesloten kunnen worden. Helaas, dit gaat niet gebeuren, want er zijn andere vorderingen geboekt.

    Laten wij eerst zeggen dat een project als dit voor ons geen alledaagse bezigheid is. De afgelopen jaren hebben wij ons voornamelijk gericht op educatie. In de zomer zijn we betrokken bij zo’n 25 excursies in de Achterhoek, wat weinig tijd overlaat voor onderzoek. Dit is dus een winterklus.

    Sinds we zijn begonnen, hebben we ontdekt dat we meer data nodig hebben om onderbouwde uitspraken te kunnen doen. Er moet dus meer gemeten worden. Hiervoor hebben wij enkele loggers aangeschaft. Deze gaan we inzetten om elke 10 minuten de temperatuur en luchtvochtigheid te meten. Op het moment dat wij deze diertjes waarnemen zijn dit waardevolle gegevens. We zijn er klaar voor. Zie foto.

    Literatuur

    Ook zijn we in de literatuur gedoken met betrekking tot mopsvleermuizen. Hierin staat bijzondere informatie die onze gespreken de komende maanden zal domineren. Een voorbeeld hiervan is het volgende:

    Vleermuizen in Nederland maken vaak gebruik van echolocatie om hun prooi te bemachtigen. De gewone dwergvleermuis, bijvoorbeeld, gebruikt een signaal dat het sterkst is bij 45 kHz. De mopsvleermuis daarentegen, stoot twee verschillende geluiden uit: eentje die het sterkst is bij 32 kHz en een ander geluid bij 40 kHz. Zie hiervoor de afbeelding van …. Waarom zou hij dat doen?

    32 kHz en 40 kHz

    Volgens Seibert et al.(2015) wordt het ene geluid gebruikt om de hoogte boven de grond te bepalen. Dit geluid wordt uitgestoten via de mond. Het andere geluid wordt via de neus uitgezonden en gaat de lucht in. Dit signaal wordt gebruikt om nachtvlinders te vinden, de hoofdprooi van de mopsvleermuis. Door dit te lezen (en te overdenkend), kunnen we voorspellen dat de mopsvleermuis zijn prooi voornamelijk van onderen aanvalt, en dit blijkt inderdaad het geval te zijn. Onderzoek van Lewanzik en Goerlitz (2017) toont aan dat 80% van de keren dat een mopsvleermuis (in het vrije veld) een insect naderde dit van onderen gebeurde.

    Wat is er nog veel te leren ….

    Wij willen de eigenaresse van dit gebied hartelijk bedanken voor haar warme ontvangst, elke keer weer.

    Tekst: Kevin

    Foto’s: Hillie

    Afbeelding Sonogram: https://www.agribats.com/blog/the-barbastelle-bat/

    Literatuur:

    Lewanzik, D., Goerlitz, H.R. (2017) Continued source level reduction during attack in the low-amplitude bat Barbastella barbastellus prevents moth evasive flight. Opgevraagd van: https://besjournals.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/1365-2435.13073

    Seibert, A. M., Koblitz, J. C., Denzinger, A., & Schnitzler, H. U. (2015). Bidirectional echolocation in the bat Barbastella barbastellus: Different signals of low source level are emitted upward through the nose and downward through the mouth. PLoS ONE, 10, 1–17.